Racist

Brits toerist : « Cape Town is so much better than Dubai, I just wish it wasn’t that far »

De Amerikaanse broer en zus waarmee ik in de auto zat op weg naar Kaap de Goede Hoop waren overtuigd republikein, dus McCain-stemmers. Ze hadden er goede hoop op dat het gezond verstand van de Amerikaan zou zegevieren en eens in het hokje er toch voor veilig blank zou gestemd worden.
Hij was ‘bankruptcy lawyer’, ergens in de vijftig en het was de tweede keer in zijn leven dat hij de Verenigde Staten had verlaten. Hij was ook al eens in Canada geweest. Hij was het fysieke tegenbeeld van de Afrikaan: hij had geen lippen (of ze waren naar binnen gegroeid), een klein neusje en leek futloos door het leven te slenteren. 
Zij ongeveer even oud, constant in de weer met haar nieuwe Canon digitale camera. Haar man was te bang geweest om Zuid-Afrika te bezoeken dus had ze haar broer maar meegenomen. 
Ze begon al in een bocht terug naar de aarde te groeien, ook haar mondhoeken hadden last van de zwaartekracht. Haar rug was op een vorige trip erg verbrand. Onder een pel van witte zalf kwam een kreeftrode huid tevoorschijn. 
Toen we uit de auto stapten om een groepje pinguïns op een rots te bekijken, haalden broer en zus synchroon een safaripetje tevoorschijn. Geen twee keer ‘redneck’. Na het openen van een drukknoopje rolde een flapje uit het petje dat de nek en zelfs een stuk van de schouderbladen bescherming bood.
Zij bleef naast het geopende portier van de Toyota staan. Haar telelens bracht de pinguïns als vanzelf dichterbij. Hij was al onderweg naar het restaurant waar we de lunch zouden gebruiken.

“Yo bro, cocaine?” Ik was onderweg naar Mama Africa in Long Street voor een lekkere maaltijd en live muziek. ’s Avonds ondergaat deze straat een metamorfose. Eens de winkels sluiten, krijgt de schaduwzijde van deze straat vrij spel. De vele cafés en restaurants zitten afgeladen vol. Donkere gezichten met staalwitte ogen bekijken je als wild in de nacht. Een jonge verwarde man vroeg me om geld, hij hield me tegen en vertelde me dat hij gestudeerd had in Cambridge en door omstandigheden op straat was terecht gekomen. Die klassieker had ik in Berchem ook al eens gehoord.
“Alleen over straat lopen na sluitingsuur was toch verboden? Waarom heb je geen taxi genomen? Je neemt toch geen taxi om nog geen kilometer verderop te gaan?”
De chauffeur en gids van de trip naar Kaap de Goede Hoop – een Amerikaan die hier al sinds de vroege jaren ’80 was blijven plakken – had me Mama Afrika aangeraden. Bobby is zijn naam. Een man met het hart op de juiste plaats, aanvankelijk gereserveerd maar als het klikt, klikt het. We dronken iets toen we ’s avonds terug aan mijn hotel arriveerden. Toen hij 20 was had hij een cursus ‘creative writing’ gevolgd. Hij vertelde me hoe iedereen in de groep (allemaal mensen van zijn leeftijd) schreven over hun eerste liefdesverdriet, de één al slechter dan de andere. De leraar had na de bespreking van de verschillende stukken de jongeren het advies gegeven om eerst te gaan ‘leven’ en dan pas uit die ervaring weer te gaan schrijven, dat schrijven vooral daarover ging. Bobby had er sinds de cursus creative writing zo’n 30 jaar ‘leven’ opzitten. Dat boek, daar moest hij nu eens aan beginnen. 
Bobby bevestigde dat er veel geweld is in deze stad maar dat hij weigert er naar te leven. Ik had het ook al in De Morgen gelezen: Kaapstad heeft na Caracas het hoogste aantal moorden per zoveel inwoners. Daar denk je dan aan als je in hun ogen kijkt terwijl ze je iets toemompelen. “Gelukkig, er komt een blanke op me af. Ik ben even veilig.” Deze paranoia wakkert elk latent racisme aan. Ik wil het niet, maar het is sterker dan mezelf.

Vandaag is Barack Obama tot president verkozen. Broer en zus ten spijt. Haar rug zal wel genezen.

Bert

Blog Image