Achtergrond

Vandaag maakte ik me de bedenking dat ik alleen de ‘achtergrond’ fotografeer. 

Geslaagde foto’s horen uit drie plans te bestaan: een voorgrond, een middenplan en tenslotte de achtergrond. Zo krijg je een mooie dieptewerking en kan je een spanning opbouwen, al dan niet ondersteund door gebruik te maken van de scherptediepte.

In mijn foto’s niets van dat. Alleen maar een platte achtergrond. Als een decorstuk dat uit de lucht is gevallen, wachtend op de spelers om er iets voor te laten gebeuren.

Je zou dus kunnen zeggen dat er in mijn foto’s niets gebeurt, omdat de spelers nog niet gearriveerd zijn (of omdat ze al lang vertrokken zijn, of omdat er gewoonweg niemand is). Alleen maar achtergrond, zoals bij achtergrondmuziek, niet om echt naar te luisteren maar als stille aanwezigheid. Om ondergrondse parkings veiliger te doen lijken of om liftangst weg te nemen, of aan tafel, om storend gesmak te dempen of om pijnlijke stiltes op te vullen.

De achtergrond is als het dienblad waarop de glazen staan. Achtergrond dient maar leidt niet.

In de achtergrond gebeuren kleine dingen. Er is veel toeval. Objecten en objectjes ontmoeten mekaar, worden op mekaar gestapeld of zijn van mekaar af gevallen. Geschiedenis ook: eerst was er dat, toen dat en tenslotte kwam ook dat er nog bij. Het totaalbeeld daarvan is de achtergrond van het nu, een eenvoudig heden. De Simple Present is de enige grammaticale tijd waarin de fotografie schrijft.

Bert

Blog Image

Blog Image

Blog Image